Dood gaan voor beginners

‘Dood gaan’, ‘kapot gaan’ en tijdens je set begonnen er ‘krekels te tjirpen’ (Check het kopje ‘info & jargon’ voor nog meer comedy termen, kan je lekker interessant mee lullen de volgende keer). Noem het hoe je het wil, maar ik noem het gewoon zwaar kut. De eerste keer dat ik dood ging was in Nieuw Zeeland. Ik was misschien drie maanden met comedy bezig, had er net een paar goede setjes op zitten, stond in de finale van de “Raw Comedy Quest” (Comedy Talenten jacht in Nieuw Zeeland), was hier degene die van alle finalisten veruit het kortst aan comedy deed en had net een succesvolle 25 minuten gedaan in een uitverkocht zaaltje tijdens het New Zealand Comedy festival. Ik had deze shit in mijn zak, dat comedy kon ik wel, ik snapte hoe het werkte, ik snapte niet wat iedereen moeilijk deed.

Ik zou een set van zes minuten spelen bij een open mic voor een mannetje of 30, ter voorbereiding op de finale van de Comedy Quest. Niks aan het handje. Niks set doornemen van tevoren, blakend van het zelfvertrouwen een praatje maken met andere, meer ervaren comedians. Niks net blouseje aan, gewoon in je metal shirt met een onleesbare band naam erop (Thy Art is Murder, ga ze checken). Geen boekje of laptop bij om de dingen nog even door te nemen, want hey, afgelopen zaterdag lag 340 man krom van het lachen om deze set. 30 man? Draai ik mijn hand niet voor om, die pakken we wel ff in, want je bent inmiddels toch al 3 maanden bezig met comedy en binnen 30 seconden zit je op die holocaust-grap die altijd een lach krijgt.

Ik loop op, klaar om 30 man de avond van hun leven te bezorgen, want ik, Paul London, kom ze wegblazen met zes minuten comedy van de bovenste plank. Na een seconde of 23,4 kom ik inderdaad aan bij mijn holocaust-grap, misschien wel mijn beste op dat moment. Fuck timing, het is een goede grap, waar heb je timing voor nodig, ik wil drinken en sta in een finale komende vrijdag dus even opschieten met dit setje tussendoor. Ik verneuk mijn eerste grap en 30 mannen en vrouwen kijken me aan alsof ik mijn broek heb uitgetrokken op een kinderverjaardag. Zo’n blik van “oh, jij denkt for real dat dit grappig is?”. Ja, ik denk godverdomme inderdaad dat dit grappig is! Ik raak in paniek, ratel door mijn set (wat één lang verhaal van zes minuten is) en vergeet en passant nog een grap of twee, waardoor de vaart er nog meer uit is. Het publiek heeft niet eens gegniffeld.

Wat is dit?! Ik kan dit toch gewoon? Ik druip af onder een laf applaus, zet mijn capuchon op en neem plaats op een bank achterin de kroeg waar ik net vol op mijn snufferd ben gegaan. De MC van dienst, Jerome Chandrahasen, die me drie dagen eerder nog een zaal van 340 man heeft zien opvreten nadat hij me in de green room de wijze en bemoedigende woorden “Remember, whatever you do….don’t fuck up!” lachend toesprak, misschien wel de beste MC in Nieuw Zeeland, komt naast me zitten, zet een pint Tuatara pilsner voor me neer en vraagt: “What happened?”

En ik weet dondersgoed wat er is ge-happened. Van onder mijn capuchon durf ik hem niet eens aan te kijken en zucht ik hem toe: “I got cocky, that’s what the fuck happened”. Jerome glimlacht, knikt met zijn hoofd een beetje schuin waarmee hij aangeeft dat hij het er mee eens is, reageert met een allesomvattend “Ok” en loopt weg. Ik ga naar buiten om te roken met de andere comedians. Niemand praat over de slachting die ze zojuist hebben meegemaakt, alsof ze een pact hebben gesloten er nooit een woord over te spreken. Op één na dan die zegt: “good job, bro”. Of hij heeft het niet gezien of hij is geestesziek of het is zo’n comedian met een plaat voor zijn kop die het ook ontkent als hij zelf dood gaat.

Dood gaan heeft vele oorzaken. Je kan zoals ik simpelweg te arrogant zijn geworden door een paar leuke setjes, soms ben je gewoon jouw eigen grappen zat en breng je ze niet meer met het enthousiasme dat ze nodig hebben en soms staat je ster gewoon verkeerd. Eén heilige regel wat mij betreft is dat je nooit het publiek de schuld mag geven, al moet ik eerlijkheidshalve zeggen dat sommige plekken gewoon makkelijker spelen dan andere. Het gebeurt iedereen, ook de pro’s en het doet pijn. Datgene waar jij je mee identificeert, wat jou vaste grond en betekenis geeft als mens wordt namelijk in één ruk onder je vandaan getrokken. Het is het meest eenzame dat er is.

Een mooie ‘regel’ die ik (en andere comedians, want ik heb hem niet zelf verzonnen) toepas is de volgende; als je de sterren van de hemel speelt mag je tot elf uur de volgende ochtend ervan genieten en op je wolk zitten en als je dood gaat mag je tot 11 uur de volgende ochtend zeiken, schelden en depressief zijn. Daarna raap je jezelf op en ga je door, maar wat je ook doet, please, geef het gewoon toe. Aan anderen en vooral aan jezelf. Dan word je namelijk beter.

Tekst: Paul London
Foto: Kelley van Evert

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s