De eerste 8minuten van Harry Hol

Ik sta achterin een langgerekte, smalle kelder, met aan het eind een gordijntje. Voor dat gordijn staat een microfoon. En voor die microfoon zitten twintig, vijfentwintig mensen publiek. Ik loop achterin heen en weer probeer me te ontspannen, staar nogmaals naar het bierviltje met wat steekwoorden. Een vriend van mij loopt nu binnen. Zegt gedag. Hij heeft een oud-collega van ons beiden meegenomen. Ik mompel iets van ‘ik zie jullie zo’.

Nog meer getuigen. Paniek. Adem in. Adem uit.

Ik kan me niet herinneren waneer ik voor het laatst zo bang was. Wel herinner ik me mijn verjaardag, een half jaar eerder. En hoe ik op die ochtend op de bank zit met een stuk taart, terwijl mijn vriendin mij een beetje ongerust aankijkt.

“Wat is er?” vraag ik.

“Dat merk je straks wel. Of niet,” zegt ze. Dat helpt ook niets. En als we even later een eindje buiten lopen (het is mooi weer voor januari) vraagt ze of ik mijn telefoon wel bij me heb.

“Waarom?” vraag ik.

“Zomaar,” zegt ze.

We lopen door de winkelstraat als mijn iPhone begint te rinkelen.

“Spreek ik met Harry Hol?” zegt een stem aan de andere kant van de lijn.

“Eh, ja,” zeg ik.

“Harry Hol die journalist is?”

“Eh, ja,” zeg ik.

“En ik begrijp dat jij wel van comedy houdt?” zegt de stem.

“Ben ik op de radio?” vraag ik.

“Je spreekt met Jeroen Pater. Je vriendin vroeg mij je te bellen met een verrassing. Omdat je namelijk volgens haar al jaren roept dat je standup comedy wilt doen. En het maar nooit doet.”

“Eh,” zeg ik. “Wat gebeurt hier? Waar gaat dit heen?”

“En nu ga je dat dus doen, want ze geeft je een cursus standup, waarna je ook gaat optreden…”

Het duizelt me. Het klopt inderdaad. Ik zeg al jaren hoe graag ik eigenlijk standup comedy zou willen doen. Ik wilde dit al vanaf het eerste moment dat ik cabaret zag met mijn ouders, in de vroege jaren ’80. En de droom werd sterker met het zien van Amerikaanse comedians als Jerry Seinfeld, Lewis Black, Jay Leno, David Letterman… Comedy. Onbereikbaar. En vooral intimiderend. Want ik ben absoluut niet grappig.

Ja, tuurlijk, mensen lachten tijdens mijn theateropleiding, toen ik moest dansen in een musical waar ik een hoofdrol in speelde. Ik kreeg complimenten omdat het volgens het publiek heel moeilijk moest zijn om op geen enkel moment tegelijk met de andere acteurs in mijn handen te klappen. Dat ik dit toch echt probeerde, geloofde niemand.

Na mijn opleiding, toen ik besloot toch maar journalist te worden in plaats van acteur of dramadocent (musicalster leek ook minder reëel na het klap-incident) werd er opnieuw wel eens om mij gelachen. Bijvoorbeeld toen ik tijdens een werkreis naar Taiwan ging, en er een feest voor de journalisten werd georganiseerd. En ik op een podium werd getrokken, waar ik vervolgens moest dansen met de aanwezige showgirls. Een incident dat overigens (ik verzin dit niet) om redenen die te lang duren om uit te leggen werd uitgezonden op de Taiwanese televisie.

Dus ja er werd wel eens om mij gelachen. En tuurlijk, op een feestje kon ik nog wel eens een aardig hilarisch verhaal vertellen. Vooral als het ging over mijn pogingen tot dansen. Maar standup? Dat is heel wat anders! 

Maar ik dwaal af.

Ik bedank Jeroen en hang op.

Mijn vriendin kijkt me met grote ogen aan. Ze weet nog niet wat ik van dit alles vind.

“Schat, dit is FANTASTISCH!” zeg ik. “WAUW!”

Die herinnering flitst door mijn hoofd, als ik uiteindelijk in de Kargadoor mijn naam hoor roepen. Hans Gommer, MC, introduceert me bij het publiek en ik ren naar voren. Ik pak de microfoon en weet binnen drie, vier seconden de mic uit de standaard te halen en tegelijk de draad in de knoop te leggen.

Als ik dan eindelijk bevrijd ben (en allemachtig wat lief van het publiek dat ze me nu niet al weg honen) begin ik aan mijn voorbereide set.

Een beleefd grinnikje. Een moment van stilte. Een echt lachje. Nog een grinnikje. En tussen de ongemakkelijke momenten vallen wel degelijk een paar echte oprechte lachen. Niet dat ik na afloop nog weet wat ik precies zei. Iets over wifi. En iets heel slechts over Coca Cola groen. De rest is wazig.

Wel weet ik hoe ik me voel als ik af loop. Extatisch. Een ander woord heb ik er niet voor. Het voelt alsof ik een berg beklommen heb en daar, op de top, een dansje heb gedaan dat niet lijkt op een aanval van spasmen.

Ik voel me onoverwinnelijk. En weet zeker, zeker dat ik dit nog eens wil doen.

Tekst: Harry Hol
Foto: Iemand met een camera

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s