De Slag om Delft (Deel 2)

Zes comedians stonden in de halve finale van de Delft Comedy Talent Award, georganiseerd door impressariaat Willem. Eind maart was de halve finale en de finale op 1 april. De drie finalisten doen hier exclusief hun verhaal, waarin ze beschrijven hoe het is om in de finale van een comedywedstrijd te staan. Vandaag deel 2 van dit drieluik, door de ogen en het toetsenbord van Paul London!

Wat nou wedstrijd!
Normaal heb ik niet zo veel met wedstrijden. Competitiegedrag is mij eigenlijk best wel vreemd, ik ben ook nooit heel goed geweest in sport. Daarnaast heb ik altijd heel hard geroepen dat cultuur en kunst geen wedstrijd is en het dus belachelijk is om hier prijzen aan te hangen. Als je dan een mailtje krijgt dat je bent uitgekozen om mee te doen aan een comedywedstrijd….tsja…dan wil je toch ook wel winnen.

Een halve finale doorkomen en dan de finale in. Ik keek naar het speelveld en schatte mijn kansen om de finale te halen vrij hoog in. De drie die uiteindelijk de finale haalden, waren ook de drie waar ik vooraf mijn geld op had gezet. Mijn halve finale ging lekker. Ik zat er lekker in, had me aardig voorbereid, speelde de boel lekker uit en had het naar de zin. Hoppa, vol gas naar die finale. De finale wordt sowieso leuk, want ik sta met twee goede comedians en dat komt mijn spel en sowieso mijn plezier ook alleen maar ten goede.

Een goede generale…
De week in de aanloop naar de finale was eigenlijk een beetje raar. Het gaat toch in je kop zitten. Wat ga ik doen? Doe ik hetzelfde en vul ik hem aan met ander materiaal? Of doe ik een hele andere set? De raad van andere comedians was om een strakke set, dus dezelfde, aan te vullen met wat ander materiaal. Maar welk materiaal dan? Ik heb mijn setlist die week 4x gewijzigd. Waar ik in de aanloop naar de halve finale twee keer heerlijk heb gespeeld en dus vol vertrouwen erin ging, heb ik in de week van de finale twee keer ‘een zesje’ gespeeld. Op woensdag in een comedyfabriek waar de eigenaresse zich voor de derde keer aan me voorstelde en de MC de namen van de acts van een briefje las en een dag later openen in een kroeg aan het einde van de wereld (wat overigens best verdienstelijk ging, maar niet ideaal). Maar goed; ik heb een sterke set en heb de boel nog eens met twee goede pro’s doorgenomen en die hebben me wat tips gegeven. Ik had er wel vertrouwen in (Lees nog even de column “dood gaan voor beginners” terug op deze site. Dan zie je wat vertrouwen met me doet).

De dag des oordeels
Op de finaledag zit het me in de kop. ’s Middags eerst naar de verjaardag van mijn nichtje, eten bij mijn moeder en dan door naar Delft. Maar eten bij mijn moeder bleek twee kleine slices van een pizza te zijn en ik ben 1,95 meter en 110 kilo…twee slices van een pizza zijn voor mij amper een snack! Wat gebeurt hier? Toch nog maar even de set doornemen, nee toch niet dat stuk over hipsters, maar die met de omgedraaide rollen, ja das beter. Aangekomen in Delft, parkeer ik de auto in garage “de Markt” en bij het uitstappen moet ik zeiken als een reiger. Niet dat ik op één been ben gaan staan en heb geklaagd over het weer, nee, ik moest enorm pissen. Normaal ben ik een soort kameel en kan ik twee dagen zonder plassen, maar nu moest ik plassen als een hoogzwangere vrouw die net drie liter ijsthee naar binnen heeft gegoten.

Het nadeel van moeten pissen in Delft is de stad zo dichtbebouwd is, dat alles waar je tegenaan plast iemands eigendom is. Ik ben in looppas naar het theater gegaan in de hoop dat het al open was…was het niet. Tegenover het theater heb ik in de bosjes geplast en tijdens het plassen hoor ik iemand achter me op het raam slaan. Ik kijk om en ik zie een jongetje van acht naar me zwaaien. Ik zwaai terug en zet extra kracht bij zodat ik snel leeg ben, doe mijn broek dicht en baan me een weg de hoek om voordat hij zijn vader roept en verklapt dat ik de begonia’s van de overbuurvrouw water sta te geven. Om de hoek doe ik zelfs nog mijn jas uit, zo van “als ze me nu achterna komen, dan herkennen ze me niet”, supersmooth.

Bij terugkomst in het theater kom ik Marc tegen en vertel hem dit verhaal. “Daar moet je mee openen man” zegt hij. Ik ben het met hem eens en pas weer mijn setlist aan. In de kleedkamer loop ik alles nog even nerveus door en besluit toch maar weer terug te gaan naar mijn eerste setlist. Het publiek komt binnen en ondanks instructies om juist dit NIET te doen, gaat mijn familie op de eerste rij zitten. Fijn; die kennen bijna al mijn materiaal en zitten me dus alleen maar aan te gapen met een blik van “oh jongen, wat enig!” en ik zit zonder lachers op de eerste rij. Nog meer zenuwen. Ik app mijn vriendin dat ik toch voor setlist twee ga terwijl Marc het podium op loopt. Ik ga vast klaar staan aan het eind van Marc zijn set en pomp mezelf op zoals ik dat altijd doe, maar er voelt iets niet goed. Toch nog even in mijn boekje naar mijn setlist kijken, nee toch niet openen met wat er net is gebeurd, of wel? Nee toch niet, veilig materiaal doen. Ik sla mezelf op de borst, voel totaal geen overtuiging, loop het podium op, speel de vlakste en saaiste set die ik in tijden heb neergezet en loop hoofdschuddend af. Voor mij ging Marc aardig, maar openen is lastig en al helemaal als oneliner man. Voor mijn gevoel gaan Marc en ik gelijk op. Na mij speelt Pieter heel sterk, gaat over ons heen en ik voel op mijn klompen dat hij zowel jury- als publieksprijs gaat pakken, en terecht.

De nasleep
Als ik terug naar huis rij heb ik een raar gevoel in mijn lijf. Na de halve finale zei Pieter tegen me: “ik vind het kut dat ik met jou in de finale sta, want ik wil niet van je verliezen, maar ik wil eigenlijk ook niet van je winnen…”. Ik kan in ieder geval zeggen dat ik het met 50% daarvan eens ben. Ik had liever onterecht verloren van iemand die ik niet aardig vind. Gewoon één of andere arrogante zakkenwasser die zijn halve woonwagenkamp mee had genomen en zo de publieksprijs pakt en de juryprijs onder dreiging van geweld heeft gekregen. Dan heb je namelijk maar één emotie om mee te dealen. Nu heb ik terecht verloren van iemand die ik enorm aardig vind, hoe kut is dat?! Ik gun het hem enorm, maar wilde het zelf ook graag en aan de uitslag is niets af te dingen; hij was gewoon beter en ik niet op mijn best. Ik kruip in bed en geef mijn vriendin een kus op haar arm. Mijn vriendin en ik komen overeen dat ik maar geen wedstrijden meer moet doen. Of nou ja; Ik zeg het, zij is het er mee eens en weet net zo goed als ik dat ik er geen bal van meen.

In de dagen erna zit ik er eerlijk gezegd best mee en de emoties gaan verder dan enkel het verliezen van een finale. Er zit meer achter en ik ben blij dat ik tot deze inzichten ben gekomen. Comedy kan me even gestolen worden, totdat ik de week na de finale de MC ben op een benefiet en het enorm naar mijn zin heb. Een prachtige locatie, enorm leuke organisatie en een heerlijk warm publiek. Ik mag Pieter aankondigen die afsluit voor de pauze en zie hem lekker spelen en het publiek geniet, net als ik. Hij bedankt het publiek, wenst ze een fijne avond en loopt af. Ik loop op, we geven elkaar lachend een hand, ik kijk lachend het publiek aan en zeg: “Ik zei toch dat ‘ie leuk was!”

 

 

Advertenties

Een gedachte over “De Slag om Delft (Deel 2)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s